Geschreven door Dan Gabriel Miclos, DG Advisory · Geverifieerd: 28 september 2026 · 13 min leestijd
Een werkloosheidsuitkering is het geld dat je van de Belgische overheid krijgt als je arbeidsovereenkomst buiten je wil eindigt. Sinds 1 maart 2026 heb je 312 arbeidsdagen nodig in de laatste 36 maanden, op elke leeftijd. Het recht duurt 12 maanden plus tot 12 maanden, afhankelijk van je loopbaan; maximaal 24 maanden.
Het geld komt niet rechtstreeks van de RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, de federale dienst voor werkloosheid). Een uitbetalingsinstelling naar keuze betaalt het uit. Dat kan de HVW (Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen) zijn, de openbare en gratis instelling. Of de uitbetalingsinstelling van een vakbond: ABVV, ACV of Synova.
| Jouw situatie | Wat geldt |
|---|---|
| Je vroeg voor het eerst een uitkering aan na 28 februari 2026 | De nieuwe regels: 312 dagen in 36 maanden, uitkering gedurende maximaal 24 maanden |
| Je kreeg al een uitkering in juni 2025 | De overgangsregels: de RVA stuurde je een brief met de einddatum van je recht |
| Je nam ontslag of vertrok in onderling akkoord | De RVA kan je verwittigen of 4 tot 52 weken uitsluiten, met enkele uitzonderingen |
| Je werkgever zet je tijdelijk stil | Tijdelijke werkloosheid, zonder voorwaarde van gewerkte dagen |
| Je werkte ook in Roemenië of een ander EU-land | Die periodes kunnen meetellen, met het document U1, na minstens 3 maanden werk in België |
Je schrijft je in bij de VDAB (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling) op de dag van je aanvraag bij je uitbetalingsinstelling of binnen de 8 dagen daarna. Naar je uitbetalingsinstelling ga je met het formulier C4 (het werkloosheidsbewijs van je werkgever).
De grootste verandering van de hervorming is de beperking van de uitkering in de tijd. De wet van 18 juli 2025 verscheen op 29 juli 2025 in het Belgisch Staatsblad. De nieuwe regels gelden voor dossiers waarin de werkloosheid start vanaf 1 maart 2026.
| Periode | Hoe lang |
|---|---|
| Eerste vergoedingsperiode | 12 maanden, voor iedereen |
| Tweede vergoedingsperiode | Eén maand per 104 dagen beroepsverleden, maximaal 12 maanden |
| Totaal | Maximaal 24 maanden |
Beroepsverleden telt in arbeidsdagen in loondienst en gelijkgestelde dagen. De dagen waarmee je je recht opende, tellen hier niet meer mee. Een voorbeeld: 896 dagen beroepsverleden geven je 9 maanden extra: 896 gedeeld door 104 is 8,61, afgerond 9.
De beperking geldt niet als je minstens 55 jaar bent wanneer je je recht opent en genoeg beroepsverleden hebt. In 2026 heb je 31 jaar nodig, in 2027 32, daarna telkens een jaar meer tot 35 jaar vanaf 2030. Ook enkele bijzondere groepen vallen erbuiten, bijvoorbeeld erkende havenarbeiders.
Werk tijdens de werkloosheid gaat niet verloren. Werk je intussen voltijds, dan schuift de einddatum op met de volledige gewerkte periode, in kalenderdagen.
Kreeg je al een uitkering in juni 2025, dan gelden voor jou de overgangsregels. De RVA stuurde tussen september 2025 en maart 2026 persoonlijke brieven met de einddatum van het recht. De einddata lopen van 1 januari 2026 tot 1 juli 2027, volgens beroepsverleden en vergoedingsperiode.
Op 10 september 2026 bevestigde het Grondwettelijk Hof de hervorming grotendeels. Het vernietigde wel een deel van de overgangsregeling. Wie in de derde vergoedingsperiode nog maar 9, 8 of 6 maanden recht overhield, werd gediscrimineerd. De RVA en de uitbetalingsinstellingen bekijken nu de dossiers. Je hoeft niet te bellen: ze contacteren je als de uitspraak jou raakt.
Je recht op een uitkering na werk opent met 312 arbeidsdagen of gelijkgestelde dagen in de laatste 36 maanden. De regel is dezelfde op elke leeftijd voor aanvragen na 28 februari 2026. De oude regel, met meer dagen naargelang je leeftijd, geldt niet meer voor nieuwe aanvragen.
Bij ononderbroken voltijds werk telt de RVA 78 dagen per kwartaal. Een volledig jaar werk geeft je dus de 312 dagen. Daarnaast moet je zonder werk en zonder loon zijn door omstandigheden buiten je wil.
| Soort dagen | Telt mee? |
|---|---|
| Werk in loondienst, ook als uitzendkracht, met betaalde sociale bijdragen, ook die voor werkloosheid | Ja |
| Vakantie betaald met vakantiegeld | Ja |
| Ziekte betaald door de werkgever (gewaarborgd loon, meestal de eerste 30 dagen) | Ja |
| Ziekte enkel betaald door het ziekenfonds | Nee, maar ze verlengt de periode van 36 maanden |
| Vergoede dagen tijdelijke werkloosheid | Ja |
| Moederschapsrust, geboorteverlof of adoptieverlof | Ja |
| Flexi-job | Ja, de RVA noemt het als voorbeeld van werk dat het recht opent |
| Werk als zelfstandige | Nee, maar 3 maanden of meer verlengen de periode van 36 maanden |
Dagen die al gebruikt zijn voor een eerdere aanvraag, tellen niet opnieuw mee. Je uitbetalingsinstelling haalt je gewerkte dagen uit de elektronische aangiftes van je werkgevers. Voor oudere jobs die nog niet elektronisch beschikbaar zijn, kan een oudere C4 nodig zijn.
Vertrek je zelf, dan spreekt de RVA van werkverlating. Een beëindiging in onderling akkoord met je werkgever geldt in principe ook als werkverlating. Zonder geldige reden kan de RVA je verwittigen of 4 tot 52 weken uitsluiten.
De regelgeving omschrijft een geldige reden niet precies. De RVA raadt aan om vooraf advies te vragen aan het werkloosheidsbureau. Je wordt niet uitgesloten als je na je ontslag nog minstens 13 weken werkt voor je aanvraag.
Sinds 2026 bestaat het recht op doorstart. Je kan het vragen als je vertrok na 28 februari 2026 en minstens 3.120 dagen beroepsverleden hebt, ongeveer 10 jaar. Voor een uitsluiting van bepaalde duur krijg je in de plaats maximaal 6 maanden werkloosheidsuitkering. Je gebruikt het eenmalig, met het formulier C109-Doorstart, binnen 30 dagen na de beslissing.
Ontslaat je werkgever je door je eigen fout, dan kan de uitsluiting 4 tot 26 weken duren.
Ga naar je uitbetalingsinstelling vanaf je eerste werkloze dag, ook als je nog niet alle documenten hebt. Je wordt betaald vanaf de datum van je aanvraag.
Let op met je opzegtermijn. Misschien ben je vrijgesteld van werk tijdens je opzeg of krijg je een opzeggingsvergoeding. Dan schrijf je je binnen 2 maanden in bij de VDAB. Anders riskeer je 4 weken zonder uitkering.
Het bruto dagbedrag hangt af van drie dingen: je gezinstoestand, je laatste loon en soms je beroepsverleden. De RVA werkt met drie categorieën. A betekent dat je samenwoont en gezinslast hebt. N betekent dat je alleen woont. B betekent dat je samenwoont zonder gezinslast.
De RVA neemt het loon van je laatste job van minstens 4 aaneensluitende weken bij dezelfde werkgever. Verdiende je minder dan 2.233,61€ bruto per maand, dan vertrekt de berekening van dat bedrag. Het loon is ook begrensd: 4.351,50€ in maand 1-3, 4.091,39€ in maand 4-6 en 3.328,40€ in maand 7-12.
| Maand werkloosheid | Van het loon | A: minimum / maximum per dag | N: minimum / maximum per dag | B: minimum / maximum per dag |
|---|---|---|---|---|
| 1-3 | 65% | 78,09€ / 108,19€ | 63,29€ / 108,19€ | 60,92€ / 108,19€ |
| 4-6 | 60% | 78,09€ / 94,10€ | 63,29€ / 94,10€ | 56,23€ / 94,10€ |
| 7-12 | 60% | 70,99€ / 76,81€ | 57,53€ / 76,81€ | 51,12€ / 76,81€ |
| 13-24 | forfait | 70,99€ | 57,53€ | 29,85€ |
Je krijgt 6 daguitkeringen per week, van maandag tot zaterdag. Gemiddeld zijn dat er 26 per maand. Aan het maximum van de eerste 3 maanden is dat 2.812,94€ bruto per maand.
In de tweede periode krijgt categorie B 42,37€ per dag bij voldoende beroepsverleden: 31 jaar in 2026. De bedrijfsvoorheffing bedraagt 10,09%. Heb je geen ander beroepsinkomen, dan betaal je geen voorheffing in categorie A en N en ook niet in categorie B in de tweede periode.
Periodes gewerkt in een ander EU-land kunnen meetellen voor de 312 dagen. Je nationaliteit speelt geen rol, dus de regel geldt ook voor een Roemeen. De basisvoorwaarde: na het werk in het buitenland werk je minstens 3 maanden in loondienst in België.
De voorwaarde van 3 maanden geldt niet als je gewone verblijfplaats in België bleef terwijl je in een ander EU-land werkte. Dat is bijvoorbeeld zo voor een grensarbeider die dagelijks of wekelijks terugkeert.
Die periodes bewijs je met het document U1. Je vraagt het aan bij de werkloosheidsinstelling van het land waar je werkte. Voor Roemenië verwijst de lijst van de RVA naar ANOFM, het Roemeense nationale agentschap voor tewerkstelling. Werk in andere landen, ook als zelfstandige, kan de periode van 36 maanden met maximaal 15 jaar verlengen.
Je kan in een ander EU-land, ook in Roemenië, 3 maanden werk zoeken met je Belgische uitkering. Uitzonderlijk kan dat verlengd worden tot 6 maanden. Voorwaarde: je bent na het begin van je werkloosheid minstens 4 weken ingeschreven als werkzoekende in België.
Je vraagt het document U2 aan bij het werkloosheidsbureau van de RVA of bij je uitbetalingsinstelling, voor je vertrekt. Verwittig ook je ziekenfonds dat je vertrekt. In het land van bestemming schrijf je je binnen 7 kalenderdagen in bij de arbeidsbemiddelingsdienst. Elke maand stuur je het formulier C3-export naar je uitbetalingsinstelling.
Bij je terugkeer schrijf je je binnen 8 kalenderdagen opnieuw in bij de VDAB. Daarna dien je een nieuwe aanvraag in met het formulier C109.
Tijdelijke werkloosheid is de uitkering voor de dagen waarop je werkgever je stilzet, terwijl je arbeidsovereenkomst doorloopt. Redenen kunnen gebrek aan werk om economische redenen zijn, slecht weer of overmacht. Je hoeft geen minimum aantal gewerkte dagen te bewijzen.
Je krijgt 60% van je loon, bij overmacht 65%. Het loon waarop je uitkering berekend wordt, is begrensd tot 3.571,18€ per maand, sinds 1 september 2026. Het bedrag daalt niet in de tijd en hangt niet af van je gezin. Daarbovenop betaalt je werkgever een supplement per dag, volgens je statuut en de reden.
Je vraagt de uitkering aan bij je uitbetalingsinstelling met het formulier C3.2-Werknemer en het formulier C1. De aanvraag moet de RVA bereiken tegen het einde van de tweede maand na de maand waarin je tijdelijke werkloosheid begon. De elektronische controlekaart eC3.2 is verplicht sinds 1 januari 2025.
Na 3 maanden tijdelijke werkloosheid door overmacht of economische redenen schrijf je je ook in bij de VDAB. Dat geldt ook als je maar één dag per week stilligt.
Je hebt 3 maanden om de beslissing aan te vechten bij de arbeidsrechtbank. De termijn loopt vanaf de ontvangst van de brief. Je stuurt een schriftelijk verzoekschrift naar de griffie, en het adres staat in de beslissing van de RVA.
In het verzoekschrift vermeld je je naam, je adres, je rijksregisternummer, de datum en de referentie van de beslissing. Je voegt kort toe waarom je het niet eens bent. De RVA betaalt de procedurekosten, ook als je verliest. Jij betaalt ze enkel als de rechter je beroep tergend en roekeloos noemt. Een advocaat, als je er een neemt, betaal je zelf.
Zolang het beroep loopt, blijf je ingeschreven bij de VDAB en vul je je controlekaart in. Een vakbondsafgevaardigde kan je vertegenwoordigen, met een schriftelijke volmacht. De RVA raadt aan om met je uitbetalingsinstelling te praten voor je beroep aantekent.
Loopt je uitkering af en heb je geen ander inkomen, dan kan je een leefloon aanvragen bij het OCMW van je gemeente. Het OCMW bekijkt de inkomsten van je huishouden en vraagt dat je bereid bent om te werken. Meer uitleg vind je in de gids over het leefloon, onderaan deze pagina.
Nee, niet voor nieuwe aanvragen sinds 1 maart 2026. Je hebt 312 dagen in 36 maanden nodig, op elke leeftijd. Leeftijd telt enkel voor de uitzondering op de beperking in de tijd: 55 jaar en 31 jaar beroepsverleden in 2026.
Nee. De HVW betaalt je uitkering gratis, zonder lidgeld. Het recht en het bedrag bepaalt de RVA, welke uitbetalingsinstelling je ook kiest.
Alleen onder bepaalde voorwaarden. Elke activiteit vermeld je op je controlekaart voor je begint. Zwartwerk leidt tot uitsluiting en terugbetaling.
Misschien, als je in de derde vergoedingsperiode zat en nog 9, 8 of 6 maanden overhield. De RVA en de uitbetalingsinstellingen bekijken de dossiers. Je hoeft nu niets te doen: ze contacteren je.
Ze krijgen een aparte inschakelingsuitkering. Sinds 1 maart 2026 duurt die maximaal één jaar.