Geef context. Zeg in je prompt wie je bent, wat je doet en waar je werkt. ‘Ik heb een schildersbedrijf in Gent’ zegt meer dan ‘schrijf een e-mail’.
Vraag een vorm. Zeg wat je wilt krijgen: een tabel, een lijst, drie versies, maximaal 100 woorden. Anders krijg je een lange tekst die je zelf moet inkorten.
Kijk elk cijfer na op de officiële pagina. Een AI kan zich vergissen in een bedrag, een datum of een regel. En hij zegt het even zeker. Vraag de bron en open de officiële pagina.
Geef geen persoonsgegevens. Wat je in een AI plakt, verlaat je toestel. Vervang naam, adres, rijksregisternummer en IBAN door X voor je de tekst plakt. Doe hetzelfde met gegevens van klanten.
De fiscale beslissing ligt bij je boekhouder. Een AI legt een term uit en helpt je vragen voorbereiden. Laat hem niet uitrekenen wat je betaalt of je statuut kiezen. De beslissing neem je samen met je boekhouder.