Geschreven door Dan Gabriel Miclos, DG Advisory · Geverifieerd: 30 september 2026 · 11 min leestijd
Een onderwijsnet is de familie waartoe een school behoort: wie de school inricht en welk project ze heeft. In Vlaanderen zijn er drie onderwijsnetten, geen vier. Inschrijven is in alle netten gratis, van de kleuterschool tot het einde van het secundair. Scholen verschillen in hun pedagogisch project, hun levensbeschouwelijk vak en hun studieaanbod.
Op 12 jaar gaat je kind naar het secundair onderwijs (van 12 tot 18 jaar). Met een getuigschrift basisonderwijs start het in 1A. Zonder getuigschrift start het in 1B. Deze gids beschrijft de regels van de Vlaamse Gemeenschap voor het schooljaar 2026-2027.
| Onderwijsnet | Wie richt de scholen in | Koepel | Levensbeschouwelijk vak |
|---|---|---|---|
| GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap | De Vlaamse Gemeenschap | GO! | Je kiest een erkende godsdienst of niet-confessionele zedenleer |
| Officieel gesubsidieerd onderwijs | Steden, gemeenten en provincies | OVSG voor steden en gemeenten, POV voor provincies | Je kiest een erkende godsdienst of zedenleer |
| Vrij gesubsidieerd onderwijs | Private personen of verenigingen, meestal katholiek | Katholiek Onderwijs Vlaanderen, voor de katholieke scholen | De confessionele school geeft de godsdienst uit haar project |
Veel teksten tellen vier netten: GO!, OVSG, POV en de katholieke scholen. Wie vier telt, haalt netten en koepels door elkaar. OVSG en POV zijn geen aparte netten. Het zijn de twee koepels van hetzelfde net, het officieel gesubsidieerd onderwijs.
De Vlaamse Gemeenschap financiert het GO! rechtstreeks en subsidieert de twee andere netten. Het GO! zegt zelf dat het ruim 1.000 scholen en vestigingen heeft in Vlaanderen en Brussel. Katholiek Onderwijs Vlaanderen verenigt de katholieke scholen, de grootste groep in het vrij onderwijs.
Officiële scholen zijn die van het GO! en die van steden, gemeenten en provincies. Artikel 24 van de Grondwet verplicht hen de keuze te bieden tussen een erkende godsdienst en zedenleer. Die regel geldt tot het einde van de leerplicht, dus tot 18 jaar. Het is geen eigenheid van het GO!: het is de regel voor alle officiële scholen.
Vraag bij je keuze tot welk net de school behoort en welk levensbeschouwelijk vak ze geeft.
RoFlandra rangschikt geen scholen of netten. Vlaanderen.be wijst je op drie informatiebronnen.
Bij de inschrijving onderteken je het schoolreglement en het opvoedingsproject. Zonder handtekening gaat de inschrijving niet door. Lees ze vooraf, op de website van de school of bij een bezoek.
In een officiële school kies je bij de inschrijving godsdienst of zedenleer. Tijdens het schooljaar kan je dat niet meer wijzigen. De wijziging vraag je vóór 30 juni aan, voor het volgende schooljaar.
Kies voor het secundair een school met een studierichting die past bij de interesses en talenten van je kind. Vaak van richting veranderen vergroot de kans op schoolmoeheid en zittenblijven, waarschuwt vlaanderen.be. Beslis samen met je kind.
De meeste kinderen starten in het secundair onderwijs op 1 september van het jaar waarin ze 12 worden. Het getuigschrift basisonderwijs bepaalt in welk leerjaar je kind start:
In 1B krijgt de leerling onderwijs op maat, om kennis bij te werken. Na een geslaagd 1B kan de leerling naar 1A. Soms laat de toelatingsklassenraad meteen 2A toe. A-stroom en B-stroom betekenen niet „theoretisch” en „praktisch”. De B-stroom is voor leerlingen die kennis moeten bijwerken, meestal zonder getuigschrift basisonderwijs.
In 2A heeft de leerling een basisoptie van 5 uur per week. In 2B zijn dat 10 uur basisoptie per week.
Komt je kind uit een school in Roemenië? Dan beslist de toelatingsklassenraad van de nieuwe school in welk leerjaar en welke richting het start. Je hoeft het Roemeense studiebewijs niet eerst gelijkwaardig te laten verklaren, zegt de pagina over toelating. Breng de Roemeense schooldocumenten mee naar het gesprek.
Het secundair heeft 3 graden van telkens twee jaar. De 1ste graad is oriënterend. Vanaf de 2de graad kiest de leerling een studierichting binnen een studiedomein. Die richting heeft een finaliteit en een onderwijsvorm.
| Finaliteit | Voor wie | Onderwijsvorm |
|---|---|---|
| Doorstroomfinaliteit | Wie wil verder studeren in het hoger onderwijs | aso, tso, kso |
| Dubbele finaliteit | Wie de keuze wil houden tussen hoger onderwijs en werk | tso, kso |
| Arbeidsmarktfinaliteit | Wie meteen na school wil gaan werken | bso |
Er zijn 8 studiedomeinen: Economie en organisatie, Kunst en creatie, Land- en tuinbouw, Maatschappij en welzijn, Sport, STEM, Taal en cultuur, Voeding en horeca. Aso, tso, kso en bso blijven bestaan als onderwijsvormen. Na de 3de graad kan een 7de leerjaar volgen.
Aan het einde van elk schooljaar bepaalt het oriënteringsattest of de leerling naar het volgende leerjaar kan. Van de B-stroom of de arbeidsmarktfinaliteit naar de A-stroom of een andere finaliteit gaan, heeft extra regels. Meestal is de toestemming van de klassenraad nodig. Vanaf de 2de graad kan het alleen met leerjaarverlies.
De volledige matrix van studierichtingen vind je op de pagina over de structuur en op Onderwijskiezer.
In het secundair is OKAN (onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers) een onthaaljaar in aparte klassen. Het programma draait rond Nederlands leren en integratie. Je kind heeft recht op OKAN als het:
Je schrijft je kind in bij een school die het onthaaljaar aanbiedt. Op het einde geeft de klassenraad advies over de verdere studies. Met het attest en minstens 9 maanden OKAN is de jongere vrijgesteld van een inburgeringstraject.
In het basisonderwijs vervangt de taalheldklas vanaf 1 september 2026 OKAN, vanaf het 2de leerjaar. Je kind is 7 jaar of ouder vóór 1 januari van het schooljaar. Ook andere leerlingen kunnen instappen, als de klassenraad dat beslist. In principe volgt het de taalheldklas maximaal 1 schooljaar, met verlenging tot 2 jaar. Volgt je kind ze in een andere school, dan is het vervoer gratis.
De leerplicht loopt van 5 tot 18 jaar. Het is leerplicht, geen schoolplicht: ook huisonderwijs is toegelaten. Voor een kind met een andere nationaliteit start ze op de 60ste dag na de inschrijving bij de gemeente. Elke school moet een nieuwkomer die aan de voorwaarden voldoet inschrijven, als er plaats is. Meer op de pagina over nieuwkomers.
In het basisonderwijs gelden deze officiële maximumbedragen:
| Wat je betaalt | Kleuteronderwijs | Lager onderwijs |
|---|---|---|
| Inschrijving | Gratis | Gratis |
| Materialen strikt nodig voor de onderwijsdoelen | Gratis | Gratis |
| Extra activiteiten en materialen: scherpe maximumfactuur, per schooljaar | Maximaal 55€ | Maximaal 110€ |
| Meerdaagse uitstappen, deels binnen de schooluren | Gratis | Minder scherpe maximumfactuur: maximaal 560€ voor de hele lagere school, bedrag 2026-2027 |
| Maaltijden, middagtoezicht, schoolbus, opvang | Geen maximum, volgens de bijdragelijst | Geen maximum, volgens de bijdragelijst |
De maximumfactuur geldt per school. Verander je van school, dan houdt de nieuwe school geen rekening met wat je al betaalde. In de lagere school heeft elke leerling recht op 1 schooljaar gratis zwemmen. De school vraagt het geld in minstens 3 betaalmomenten per jaar, niet in 1 keer.
In het secundair is inschrijven gratis, maar er is geen maximumbedrag en geen lijst met gratis materiaal. De school mag een bijdrage vragen voor boeken, kopieën, activiteiten, maaltijden en de schoolbus. De kosten moeten redelijk zijn, maar kunnen in sommige richtingen oplopen, schrijft vlaanderen.be. Alles staat in de bijdrageregeling, in het schoolreglement. Op elke factuur meldt de school dat je gespreid mag betalen en met wie je dat bespreekt.
Hulp bij de kosten:
Vind je een factuur te hoog of onterecht, bespreek dat eerst met de directeur. Daarna kan je klacht indienen bij de Commissie zorgvuldig bestuur.
Meerdaagse uitstappen zijn in het basisonderwijs niet verplicht. In het secundair kan de school je kind alleen verplichten als het in het schoolreglement staat. Activiteiten van 1 dag, zoals een sportdag, zijn in het secundair verplicht.
Het CLB (centrum voor leerlingenbegeleiding) is het centrum dat leerlingen begeleidt. Het geeft leerlingen en ouders advies op belangrijke momenten in de schoolloopbaan, ook over de studiekeuze. De school blijft het eerste aanspreekpunt. Je mag het CLB ook altijd zelf contacteren voor een persoonlijk gesprek.
Bij de inschrijving zegt de school met welk CLB ze samenwerkt. Met vragen over inschrijven kan je terecht bij de school, het CLB of het LOP (lokaal overlegplatform).
De regels in deze gids zijn die van de Vlaamse Gemeenschap. In Brussel gelden deze regels voor de Nederlandstalige scholen. Voor een Vlaamse school telt een Franstalige school in België bij de toelating als een niet-Vlaamse school.
In de Nederlandstalige scholen in Brussel krijgt je kind voorrang als een ouder Nederlands kent op niveau B2. De school mag voor die groep maximaal 65% van de plaatsen apart houden. Voor het 2de tot 7de jaar secundair is dat 55%. Het bewijs is een Nederlandstalig diploma secundair, een test van het Huis van het Nederlands of een SELOR-attest, volgens de pagina over voorrang.
Sommige scholen vragen eerst een aanmelding (online vooraf aanmelden) voor de inschrijving. Voor het basisonderwijs met aanmelden loopt die van 23 februari tot en met 16 maart 2027. Voor 1A en 1B met aanmelden is dat van 23 maart tot en met 16 april 2027. De data staan op de officiële pagina. De stappen staan in de gids over inschrijven.
Niet volgens de regels. Inschrijven is overal gratis en de maximumbedragen in het basisonderwijs zijn in alle netten gelijk. Vergelijk in het secundair de bijdrageregelingen van de scholen.
Ja, als je het schoolreglement en het opvoedingsproject ondertekent. Zonder handtekening gaat de inschrijving niet door. De confessionele school geeft de godsdienst uit haar project.
Nee. De toelatingsklassenraad van de school beslist over leerjaar en richting. Gelijkwaardigheid is geen voorwaarde om in te schrijven.
Ja. Na een geslaagd 1B gaat het naar 1A, en soms laat de toelatingsklassenraad meteen 2A toe.
Er is geen officieel maximumbedrag. Vraag de bijdrageregeling vóór de inschrijving en vraag naar gespreide betaling.
In het basisonderwijs niet. In het secundair alleen als het in het schoolreglement staat.